Intro Deel I

Carlyle's POV

Carlyle's POV

Ontwaking op Toendra

Met een bonkende pijn in zijn achterhoofd werd hij wakker. Wat had hij gedaan dat hij dit verdiend had? Een kater kon het niet geweest zijn. Hij was al enkele jaren een serieus geheelonthouder geweest. Misschien had hij gisteren nog een rood wijntje gehad, want daar hield hij op zijn tijd nog wel van. Maar dit leek hem uiterst onwaarschijnlijk. De regelhandhavers van Cesar hadden drank tijdens hun dienstperiode nadrukkelijk verboden.

Juist ja… Cesar. Bij de gedachte daaraan ging er een gedempt lichtje bij hem branden. Eentje die hij vrijwillig zo snel mogelijke weer doofde uit zijn actieve geheugen.

Stevig op zijn kaken bijtend ging hij vanuit zijn liggende houding rechtop in zijn nog onduidelijke omgeving zitten. Met een hand hield hij, in deze beweging, zijn bonkend achterhoofd stevig in zijn vingers geklemd, alsof hij bang was dat zijn breinmassa nog erger tot een milkshake geklotst zou worden.

Maar waar was hij? Met zijn vingers betastte hij onderzoekend het zachte, vervormbare oppervlakte dat rond hem verspreid lag. Onder zijn vingertoppen voelde hij hoe miniscule bolletjes zichzelf al rollend mee lieten voeren. Het was in iedergeval niet de stenen vloer van de Cesar. Noch was het zijn bed of zelfs één van de ziekenzaal. Maar wat was het dan wel? Van zijn hand maakte hij een kommetje en schepte als een graafmachine door de ondergrond heen. Hij bracht de vracht dichterbij zijn ogen om het te kunnen bestuderen. Grijsoranje korrels. Dat kon toch niet waar zijn? Hij keek in lichte paniek om zich heen. Om hem heen was niets meer te zien dan de langgerekte vlakten van grijsoranje zandkorrels. Af en toen dook er een dorre tak schuw op naar de oppervlakte.

Disipado, dat was waar hij was. Hij had het zelf deze naam nog gegeven toen ze het ontdekt hadden. Disipado omdat het verlaten was. De minimale optimale omstandigheden maakten dat hij de kans op intelligent leven op het minimale had geschat. Misschien zelfs als onmogelijk. Dat was tenminste hoe hij zijn bevindingen toentertijd ten gehore had gebracht. Andere bemanningsleden waren het met deze redenatie niet eens geweest. Maar wat wisten zij er nu eigenlijk van? Niets! En dat was waarom zij HEM nodig hadden. Het genie van de missie. Alleen hij kon hen helpen met hun zoektocht.

Maar toch was hij hier. Op een verlaten stukje wereld, waar de aanwezigheid van Cesar was weggewist. Toen drong het tot hem door. Hij was alleen. Helemaal alleen. Verlaten op een wereld waar naar zijn inzicht geen leven mogelijk was. Hoe hadden ze hem dat aan kunnen doen? Als hij ook maar één van hen in het zicht kreeg… dan, dan… Inwendig kookte hij van woede. De korrels in zijn hand probeerde hij tevergeefs tot stof te verpulveren.

En toen merkte hij iets onwaarschijnlijks op. In de verte lag een hoopje. Iets wat hem sterk leek op een hoopje… mens.

~ door Alies op 17 april 2010.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.